Op papier lijkt de ene auto zuiniger dan de andere. Maar het werkelijk verbruik in de praktijk vertelt een heel ander verhaal. Een auto met een WLTP-opgave van 1 op 20 rijdt in de praktijk al snel 1 op 14.
Het brandstofverbruik zoals fabrikanten dat opgeven is gemeten onder ideale laboratoriumomstandigheden, en die komen zelden overeen met het echte rijgedrag op Nederlandse wegen. Op deze pagina vind je het praktijkverbruik per brandstoftype, inclusief hybride en elektrisch, en lees je wat dat betekent voor de kosten van je wagenpark.
Het officieel opgegeven brandstofverbruik wordt gemeten via de WLTP-cyclus: een gestandaardiseerde laboratoriumtest op een rolbank, zonder wind, zonder regen en met een ideale rijtemperatuur. Dat maakt de cijfers goed vergelijkbaar tussen modellen, maar niet realistisch als voorspelling van het werkelijk verbruik op de weg.
In de praktijk spelen meerdere factoren een rol die het brandstofverbruik direct beïnvloeden:
Voor vlootbeheerders is dit praktisch relevant: het werkelijk verbruik van voertuigen kan structureel 10 tot 30 procent hoger liggen dan de WLTP-opgave. Dat verschil telt snel op als je tientallen voertuigen in je wagenpark hebt.
Het officieel opgegeven brandstofverbruik wordt gemeten via de WLTP-cyclus: een gestandaardiseerde laboratoriumtest op een rolbank, zonder wind, zonder regen en met een ideale rijtemperatuur. Dat maakt de cijfers goed vergelijkbaar tussen modellen, maar niet realistisch als voorspelling van het werkelijk verbruik op de weg.
In de praktijk spelen meerdere factoren een rol die het brandstofverbruik direct beïnvloeden:
Voor vlootbeheerders is dit praktisch relevant: het werkelijk verbruik van voertuigen kan structureel 10 tot 30 procent hoger liggen dan de WLTP-opgave. Dat verschil telt snel op als je tientallen voertuigen in je wagenpark hebt.
Het praktijkverbruik verschilt per aandrijflijn. De onderstaande tabel geeft een indicatie van het officieel opgegeven verbruik (WLTP) en het gemiddelde werkelijke verbruik in de praktijk.
| Brandstoftype | Officieel verbruik (WLTP) | Werkelijk verbruik | Belangrijkste factoren |
|---|---|---|---|
| Benzine | 5,5 tot 6,5 l/100km | 6,5 tot 8,5 l/100km | Rijstijl, stadsverkeer, belading, airco |
| Diesel | 4,5 tot 5,5 l/100km | 5,5 tot 7,0 l/100km | Rijstijl, snelweg vs stad, koude motor |
| Hybride (PHEV) | 1,0 tot 2,5 l/100km | 4,0 tot 9,0 l/100km | Laadgedrag, ritlengte, aandeel elektrisch rijden |
| Elektrisch (BEV) | 15 tot 18 kWh/100km | 18 tot 25 kWh/100km | Temperatuur, snelheid, airco, laadverliezen |
Voor vlootbeheerders is het verschil tussen officieel verbruik en praktijkverbruik geen detail, het is een directe kostenpost. Stel dat je 50 bedrijfswagens hebt die elk 30.000 kilometer per jaar rijden. Als het werkelijk brandstofverbruik slechts 1 liter per 100 kilometer hoger uitvalt dan begroot op basis van WLTP-cijfers, scheelt dat al snel meer dan 22.000 liter brandstof per jaar. Bij een gemiddelde dieselprijs loopt dat op tot duizenden euro’s extra kosten, jaarlijks terugkerend.
Dit raakt drie concrete beslissingen in vlootbeheer:
Praktijkverbruik bijhouden via je tankpas is dan ook geen luxe, het is een basisinstrument voor goed vlootbeheer.
Via de Travelcard tankpas en het Fleet managementportaal houd je het werkelijk verbruik bij per voertuig en per bestuurder. Zo bouw je je eigen verbruiksdata op op basis van echte tanktransacties, specifiek voor jouw vloot en rijprofiel.
Een lager praktijkverbruik begint bij rijgedrag en voertuigonderhoud. Deze tips helpen zowel individuele bestuurders als vlootbeheerders om het brandstofverbruik structureel te verlagen:
Ja. Een tankpas als de Travelcard geeft je inzicht in het werkelijk verbruik per voertuig, per bestuurder en per periode. Dat is de eerste stap om verbruik te sturen. Je ziet in het Fleet managementportaal precies waar, wanneer en hoeveel er getankt is.
Dat inzicht vertaalt zich naar lagere kosten: gerichte feedback aan bestuurders, beter onderbouwde keuzes bij wagenparkvernieuwing en realistischere brandstofbudgetten. Bekijk wat de Travelcard tankpas voor jouw wagenpark kan betekenen
Voor vlootbeheerders is het verschil tussen officieel verbruik en praktijkverbruik geen detail, het is een directe kostenpost. Stel dat je 50 bedrijfswagens hebt die elk 30.000 kilometer per jaar rijden. Als het werkelijk brandstofverbruik slechts 1 liter per 100 kilometer hoger uitvalt dan begroot op basis van WLTP-cijfers, scheelt dat al snel meer dan 22.000 liter brandstof per jaar. Bij een gemiddelde dieselprijs loopt dat op tot duizenden euro’s extra kosten, jaarlijks terugkerend.
Dit raakt drie concrete beslissingen in vlootbeheer:
Praktijkverbruik bijhouden via je tankpas is dan ook geen luxe, het is een basisinstrument voor goed vlootbeheer.
Via de Travelcard tankpas en het Fleet managementportaal houd je het werkelijk verbruik bij per voertuig en per bestuurder. Zo bouw je je eigen verbruiksdata op op basis van echte tanktransacties, specifiek voor jouw vloot en rijprofiel.
Een lager praktijkverbruik begint bij rijgedrag en voertuigonderhoud. Deze tips helpen zowel individuele bestuurders als vlootbeheerders om het brandstofverbruik structureel te verlagen:
Ja. Een tankpas als de Travelcard geeft je inzicht in het werkelijk verbruik per voertuig, per bestuurder en per periode. Dat is de eerste stap om verbruik te sturen. Je ziet in het Fleet managementportaal precies waar, wanneer en hoeveel er getankt is.
Dat inzicht vertaalt zich naar lagere kosten: gerichte feedback aan bestuurders, beter onderbouwde keuzes bij wagenparkvernieuwing en realistischere brandstofbudgetten. Bekijk wat de Travelcard tankpas voor jouw wagenpark kan betekenen